Agrarisch natuurbeheer in Nederland

Enkele weken geleden is een boek verschenen over agrarisch natuurbeheer. Het geeft een overzicht van wat er op het gebied van agrarisch natuurbeheer is gedaan, wat daarvan goed ging en wat niet. En vooral ook waar kansen liggen voor de toekomst. En dat blijft nodig, want zoals oud-minister van Landbouw, natuur en Voedselkwaliteit Dr. Cees Veerman in zijn voorwoord schrijft: “de intensivering van de landbouw sinds de Tweede Wereldoorlog heeft de natuur min of meer naar de marge gedreven”.

In het boek worden, na  beschrijving van de ontwikkelingen op het gebied van de landbouw, natuurbescherming en beleid, de belangrijke elementen van het agrarisch landschap behandeld: weidevogels, ganzen, akkervogels, sloten, opgaande groene landschapselementen en natuur op erven. Voor elk van deze elementen worden de historische ontwikkeling, de ecologische aspecten en de perspectieven beschreven. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een soort reagerende samenvatting van de redactie. Enkele quotes hieruit volgen hieronder.

  • De bottleneck voor weidevogels ligt in de broedperiode. Hoofdoorzaak van de ontoereikende effectiviteit van het beheer is dat te weinig “kuikenland” wordt gerealiseerd.

Weidevogelbeheer heeft ecologisch gezien pas perspectief wanneer er zogeheten “brongebieden” worden gerealiseerd, waar meer jongen vliegvlug worden dan er volwassen vogels doodgaan. Dit stelt eisen aan de kwaliteit en de omvang van de gebieden.

  • Het Nederlandse slotennetwerk beslaat 350.000-400.000 kilometer en is beeldbepalend voor het Nederlandse landschap. Niemand is verantwoordelijk voor de natuurkwaliteit van sloten. Landbouworganisaties maken plannen om sloten schoner te krijgen in de hoop daarmee te voorkomen dat de overheid de generieke normen voor fosfaat, nitraat en gewasbeschermingsmiddelen gaat aanscherpen.
  • Opgaande groene landschapselementen zijn ecologisch belangrijk. De nu beschikbare overheidsbudgetten zijn slechts toereikend voor een fractie van het totaal aan landschapselementen.
  • Boerenerven kunnen tientallen soorten huisvesten.

Er zijn tegenwoordig meer niet-agrarische dan agrarische eigenaren van erven met 0-5-5 ha grond.

Tenslotte wordt in het boek aandacht besteed aan functionele agrobiodiversiteit (dit is het benutten van de diversiteit van natuurelementen door de landbouw) natuurbeheer in de bedrijfsuitvoering en de relatie met verbrede landbouw. Door aanleg en beheer van een netwerk van perceelsranden en aangrenzende houtsingels e.d. worden de natuurlijke vijanden van luizen bevorderd, zodat er minder schade in het gewas optreedt. Op dit gebied ligt een mooie uitdaging om de landbouwproductie te verduurzamen en natuurinclusief te maken. Hopelijk kunnen hiervoor steeds meer boeren worden gemotiveerd!

Het boek wordt afgesloten met een hoofdstuk “synthese en perspectieven voor natuurbeheer” door de hoofdredacteurs.

 ‘Agrarisch Natuurbeheer in Nederland’, redactie: G.R. de Snoo, Th.C.P. Melman, F.M. Brouwer, W.J. van der Weijden, H.A. Udo de Haes, ISBN 978-90-8686-281-8

Omslag boek agrarisch natuurbeheer in NlAnne Oosterbaan